Vorige week heb ik een paar programmamanagers geholpen met de volgende vraag. “We zijn nu al een tijd bezig ons programmaplan te schrijven, uit te breiden en te vervolmaken. Hoe lang gaan we daar mee door? Ofwel wanneer kunnen we het als klaar beschouwen?”
Deze maand hebben wij de derde IPMA gecertificeerde programmamanager verwelkomd. Het is ir. Jan Pieter Mook. Hij is programmamanager bij het departement van veiligheid en justitie. De eerste die werkzaam is bij de overheid, omdat de vorige twee gecertificeerden in het bedrijfsleven programma's uitvoeren. Mook zal de kwartaalsessie van IPMA op woensdag 12 december verzorgen (IPMA).
Programmamanagement, is dat wat voor ons? Deze vraag stond centraal op een studiemiddag van een provinciale beleidsafdeling. Onlangs heeft het college van GS een strategische agenda voor de komende jaren goedgekeurd. Kan je de uitvoering van zo'n beleidsstuk programmatisch aanpakken? In ieder geval beschouwt de afdeling het goedkeuren van de strategische agenda niet als een eindpunt. Maar als programma verder?
Het wemelt in Nederland van allerlei organisaties en mensen die kansen of opgaven zien om maatschappelijke problemen aan te pakken. Bijvoorbeeld weten we dat er in Nederland erg veel kennis is op het gebied van watermanagement. Adviesbureaus, onderzoeksinstellingen, milieugroepen en overheden hebben elk in hun werkgebied nuttige ervaringen opgedaan die in samenhang veel kunnen bijdragen aan het oplossen van veiligheid tegen wateroverlast of waterverontreiniging. Datzelfde geldt voor milieu- en energievraagstukken en duurzame gebiedsontwikkeling. Dit type vraagstuk heeft altijd tot gevolg dat je met een combinatie van private partijen en de overheid te maken krijgt. De programma-aanpak biedt dan veel aangrijpingspunten.
Op de PMI summit hebben Hans Licht en ik een presentatie gehouden over ontwikkelingen in het vakgebied programmamanagement in Nederland. Om te beginnen hebben we de ruim 40 deelnemers gevraagd welke van acht competenties zij het meest belangrijk vonden voor programmamanagers. Opvallend daarbij was dat vaardigheden als planning en control, directief leiderschap, en het opleggen van oplossingen in grote meerderheid overschaduwd werden door competenties als kunnen wisselen van perspectief op het programma, inleven in andere mensen, en energie creëren in maatschappelijke of organisatorische systemen.
Ruim een maand geleden heb ik het gehad over de verschillen en overeenkomsten tussen programmamanagement en veranderkunde. Met collega Debora Strijbos heb ik daar vorige week nog eens uitgebreid over doorgesproken. We hebben ons nu eens op de overeenkomsten tussen veranderaar en programmamanager geconcentreerd. Die zitten volgens ons in het wikken en wegen van de strategie van het veranderprogramma.
Met Jo Bos en Hans Licht vorige week doorgepraat over de stand van zaken in programmamanagement. Mijns inziens zijn we de puberteit wel enigszins voorbij. We hoeven niet meer te twijfelen over ons bestaansrecht: met programma’s werken we duidelijk aan een onderscheiden klus van projecten enerzijds en reguliere operationele taken anderzijds.
"Manipuleren heeft een negatieve klank. Door het woord te gebruiken krijg ik wel de toehoorders in een actieve stand." Aan het woord is Ronald van Aggelen, die zich helemaal toelegt op het verantwoord manipuleren van mensen, zodat de programmamanager zijn doelen kan realiseren. Tijdens de programmatafel van Twynstra Gudde heeft hij met een groep programmamanagers van organisaties als Coca Cola, Ahold, Transavia en Twynstra Gudde het woord manipuleren van zijn kant laten zien.
Je kunt de krant niet opslaan of het gaat om hersenen (het brein) of de sociale media. Dus rijst ook de vraag wat dit voor programma's te betekenen heeft. Ik beperk me tot de sociale media. (Rare term eigenlijk: zijn er dan ook asociale media?). Je praat bij sociale media over Twitter, Facebook, Linkedin, bloggen en dat soort dingen. De vluchtigheid van deze media is volgens mij iets wat een programmamanager moet incalculeren: een paar jaar geleden zou zijn programma nog in Second Life aangeboden moeten worden. Dat is inmiddels weggeëbt.
Ruim 30 interimmanagers toonden zich woensdagavond zeer geïnteresseerd in programmamanagement. Onder leiding van René Hombergen stemden zij massaal voor de stelling dat er niets zo praktisch is als een goede theorie. De bedoeling van de avond was zes methoden van programmamanagement naast elkaar te zetten. Naast de vertrouwde MSP en PGM van Twynstra Gudde kwamen ook SPM, PGMC, IPM (Integraal Programmamanagement) en A4-programmamanagement aan bod. Door deze contrastering lag het accent te veel op (slechte) theorie en minieme verschillen en te weinig op de overeenkomsten. Ofwel: niets is zo onpraktisch voor managers als uitvergrote verschillen tussen adviseurs.
Met de nieuwe app van Twynstra Gudde vinden managers praktische informatie in de vorm van teksten en videofragmenten die ze kunnen gebruiken in hun dagelijkse werk. Download in iTunes