Zeer interessant is het om eens na te denken welke gevolgen externe ontwikkelingen zoals globalisering kunnen hebben op programma’s. Ofwel: programmamanagement in de glazen bol. Lynda Gratton heeft een boek (De werkrevolutie) geschreven waarin zij zich die vraag stelt voor organisaties in het algemeen. Ik neem de vijf krachtenvelden (‘shaping forces’), waarvan zij stelt dat deze van grote invloed zullen zijn op de manier waarop we in de toekomst gaan werken: technologie, globalisering, demografie, samenleving en energiebronnen. Ze beschrijft de trends niet alleen in abstracties, maar ze werkt een aantal mogelijke scenario’s uit rondom het werken en leven van fictieve mensen in 2025. Het interessante van haar scenario's is dat zij zowel pessimistische als optimistische onderscheidt met heel concrete beschrijvingen van werkers op een dag in 2025. Ook vindt zij dat mensen een keuze hebben om te anticiperen op deze ontwikkelingen.
Van de week zat ik met een jongere collega te filosoferen over wat de moderne technologie voor het werken betekent. “Gaan we op termijn niet meer naar kantoor en doen we alles per internet?” vroeg ik haar. “Hoe doen jongeren dat nu?” Opvallend was dat zij zich niet kon voorstellen dat het traditionele face-to-face contact zou verdwijnen. Internet en computers voegen een kanaal toe, maar lijken ook voor de jeugd niet te komen in plaats van.
Al eerder schreef ik dat is er volgens mij een spanning is tussen lijnactiviteiten die vaak ontwerpend en producerend van aard zijn en programma’s die eerder ontwikkelend en experimenterend zijn. Nu wil het toeval dat Manon Ruijters en Ingelien Veldkamp dinsdag hun boek DRIE, vormgeven aan organisatieontwikkeling hebben uitgebracht. Het grappige is dat zij organisatieontwikkeling en ontwerpen juist heel dicht bij elkaar brengen. Dat daarbij ook vaak het begrip programma valt is dan geen toeval, denk ik.
Onlangs heeft een student mij gevraagd waarom wij in ons boek Sturen op Samenhang geen aandacht besteden aan benefit- of batenmanagement. Dat was indertijd nog niet zo'n hot topic. We kunnen het echter gemakkelijk plaatsen onder het besturingscriterium van de doelgerichtheid. Daar gaat het er namelijk om zicht te krijgen op onder andere de realisatie van doelen (effecten, baten).
Keuzemenu programmamanagement is de veelbelovende titel van een boek dat onlangs bij Scriptum is verschenen. Onder leiding van R. Hombergen presenteert een grote verzameling auteurs maar liefst zes visies op programmamanagement. Deze variëren van MSP (Managing Successful Programmes), SPM (Standard for Program Management), PGM (Programmamanagement Twynstra Gudde) tot PGMC (programmatig creëren): ik schreef daar al eerder over. Interessant wordt het als de auteurs een poging doen de lezer te helpen om een keuze te maken.
Er bestaat een neiging om van verandertrajecten te roepen dat men die als proces aanpakt. Daarmee probeert de spreker aan te geven dat hij zich realiseert dat het bij verandering om meer gaat dan het invoeren van een nieuw systeem of het bouwen van een nieuw kantoor. Hij weet dat de aanpak van een project niet voldoende is. Dat scheelt want zojuist trof ik op internet de volgende tekst aan "Onze projectmanagers zijn in staat complexe projecten en programma's te leiden in een omgeving waarin meerdere partijen en belangen meespelen en zij weten de dynamiek binnen hun projecten te beheersen." Dat is de verwarring ten top.
Onlangs heeft Marjolein Risseeuw haar boek Zo X! aangeboden aan Arnold Heertje, eminence grise van de economen. Uitgangspunt voor de auteur is dat organisaties door vier onderscheiden generaties worden bevolkt: de baby boomers, de X-, Y- en Einstein-generaties. Daarmee omgaan wordt de opgave van de nieuwe leiders, aldus Risseeuw. Het betekent dat deze nieuwe leiders minder op structuren, procedures en formele bevoegdheden moeten sturen, maar veel meer op verantwoordelijkheid geven, flexibiliteit en diversiteit. In mijn optiek lijken die laatste elementen erg op de kwaliteiten die een programmamanager moet bezitten.
Binnenkort komt de nieuwe Rudy Kor uit. Het boek is getiteld Managen=gewoon doen. Ik mocht een blik in de drukproef werpen. Rudy geeft voor iedereen die in enige vorm leidinggeeft kennis, reflecties en aanbevelingen. Hij doet dat aan de hand van de acht rollen die Quinn onderscheidt. Voor mij intrigerend is de vraag aan welke rol de programmamanager gekoppeld kan worden. Dat komt doordat Rudy de projectmanager aan de coördinatorrol verbindt.
"Binnen RWS heerst een cultuur van risicomijdend gedrag. Als gevolg van de huidige afrekencultuur kiezen mensen snel voor een veilige inschatting." Ik lees dat in een boekje over risicomanagement. En het citaat komt uit de pen van Ingwer de Boer, hoofdingenieur-directeur Ruimte voor de Rivier. Zo'n zinsnede maakt heel nieuwsgierig hoe het programma Ruimte voor de Rivier dan eigenlijk met risicomanagement is omgegaan. Want laten we wel wezen: het is behoorlijk schrikken van wat er allemaal komt kijken bij risicomanagement. En bovendien valt dan het woord "beheersen" wat ook al zo'n claim van maakbaarheid en afdwingbaarheid legt.
A Perfect Mess is de verrassende titel van een Amerikaans boek van Eric Abrahamson en Daniel Freedman. Je hoort vaak dat programmamanagement zo structurerende werking heeft in organisaties die alles tegelijk doen. Nu dan een boek waarin de chaos positief wordt belicht, althans waar de kosten van opruimen en georganiseerd raken en blijven nadrukkelijk aan de orde komen. Kortom, de stelling is dat als organisaties zich zouden realiseren hoeveel energie het kost om op te ruimen en opgeruimd te blijven, dan zouden ze zich wel twee keer bedenken.
Met de nieuwe app van Twynstra Gudde vinden managers praktische informatie in de vorm van teksten en videofragmenten die ze kunnen gebruiken in hun dagelijkse werk. Download in iTunes