Vorige week heb ik met Jo Bos een interessant gesprek gevoerd over de state of the art in programmamanagement. Samen hebben wij dit weblog geschreven.
Wij zijn het erover eens dat sinds het begin van deze eeuw het vak van programmamanagement een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt. Voor ons wordt dat op dit moment het beste uitgedrukt met het trefwoord “verbreding”: programmamanagers en hun helpers hebben te maken met erg veel context. Verandering, beïnvloeding, samenwerking buiten de eigen organisatie zijn de gebieden die van die verbreding deel uit maken.
Ministeries hebben geen idee van het effect van subsidies. In de NRC van afgelopen vrijdag dit verontrustende bericht: subsidies en effecten. In totaal gaat er 6 miljard aan subsidies om. En dat waar de regering 18 miljard wil bezuinigen. Je zou zeggen: schrappen die subsidies, dan zijn we op een derde van onze opgave!
René Veldwijk zaterdag in de Volkskrant: "Bij de overheid zitten ICT-kneuzen" luidt de kop. Al lezende vraag ik me af of er sprake is van ICT-kneuzen. Volgens mij is er veel meer sprake van slechte opdrachtgevers. Citaat: "Als een project uitloopt, komt er meer geld." Er is klaarblijkelijk een win-win tussen opdrachtgevers en leveranciers: toegeven dat de kosten tegenvallen kan niet vanwege het prestige, en kosten overschrijden is meerwerk voor de bedrijven.
Er bestaat een neiging om van verandertrajecten te roepen dat men die als proces aanpakt. Daarmee probeert de spreker aan te geven dat hij zich realiseert dat het bij verandering om meer gaat dan het invoeren van een nieuw systeem of het bouwen van een nieuw kantoor. Hij weet dat de aanpak van een project niet voldoende is. Dat scheelt want zojuist trof ik op internet de volgende tekst aan "Onze projectmanagers zijn in staat complexe projecten en programma's te leiden in een omgeving waarin meerdere partijen en belangen meespelen en zij weten de dynamiek binnen hun projecten te beheersen." Dat is de verwarring ten top.
Onlangs heeft Marjolein Risseeuw haar boek Zo X! aangeboden aan Arnold Heertje, eminence grise van de economen. Uitgangspunt voor de auteur is dat organisaties door vier onderscheiden generaties worden bevolkt: de baby boomers, de X-, Y- en Einstein-generaties. Daarmee omgaan wordt de opgave van de nieuwe leiders, aldus Risseeuw. Het betekent dat deze nieuwe leiders minder op structuren, procedures en formele bevoegdheden moeten sturen, maar veel meer op verantwoordelijkheid geven, flexibiliteit en diversiteit. In mijn optiek lijken die laatste elementen erg op de kwaliteiten die een programmamanager moet bezitten.
Met de nieuwe app van Twynstra Gudde vinden managers praktische informatie in de vorm van teksten en videofragmenten die ze kunnen gebruiken in hun dagelijkse werk. Download in iTunes