De afgelopen paasdagen hebben me verward. Alles is tegenwoordig online te zien en te bewonderen. Maar blijkbaar willen we (ook) het echte, 'the real thing', zien en ervaren. Dat merkte ik aan de wachtrijen in Parijs.
In gezelschap van twee begeleiders van 17 en 19 jaar liep ik door Parijs. Bij de belangrijkste attracties stonden er lange rijen. Om er een paar te noemen: bij Musee d’ Orsay, het Louvre en bij de Eiffeltoren was de wachttijd bijna 2 uur. Onze poging om op zondag rond half elf het Chateau d’Versailles binnen te komen werd vroegtijdig gestaakt, want er waren wachttijden van meer dan drie uur.
Mensen zijn geduldiger dan ik dacht in deze tijd waar het motto (ook) is Ik wil het, Nu en Snel.
In de rij staan voor een winkel
De rij waar we op maandag in aansloten (wachttijd 45 minuten) was om een winkel binnen te mogen! Niet een winkel die net die week was geopend, maar een winkel die al sinds mei 2011 in Parijs open is. Het was ook niet een winkel waar een product wordt verkocht dat net die dag is geïntroduceerd. Ze verkopen er katoenen overhemden, truitjes, broeken, t-shirts, body warmers e.d. Waarom toch in de rij staan om er naar binnen te mogen?
Winkelen als belevenis
De winkel heeft de –voor Europeanen- magische naam van Abercromby & Fitch Paris. Het pand staat in één van de duurste winkelstraten van Parijs: de Champs Elysées. Het pand heeft de allure van een ‘petit chateau’. Wat opvalt als je in de rij staat te wachten, is dat een groot deel van de bezoekers met lege handen het pand verlaat. Je gaat er blijkbaar ook heen voor de belevenis, om rond te kijken (net als in het Louvre of in Versailles), om er geweest te zijn.
Naar binnen gaan moet gegund worden
Als het je eenmaal toegestaan wordt (door de mooie jonge mannen) om de heilige grond te betreden, loop je over een grindpad tussen zorgvuldig gemanicuurde bomen naar de winkel (als je dat nog zo mag noemen)entree waar je wordt opgewacht door een jongeman met ontbloot bovenlijf die je hartelijk welkom heet. De winkel, zonder daglicht, wordt gekenmerkt door harde muziek,mooi uitgelichte tafels en kasten waar de kleding op strak geordende stapels ligt.
De winkel als theater
Het vraagt enige moed of brutaliteit om een stapel aan te raken laat staan er een kledingstuk uit te halen. Het personeel (waar er heel van is) wacht rustig tot de bezoeker het kledingstuk weer terug legt om het daarna zelf weer keurig op te vouwen en op de juiste plek in de stapel te plaatsen. Kleding als visueel object. Een deel van het personeel is onderdeel van de belevenis. Ze dansen bij de imposante trappenpartijen op de luid afgespeelde muziek die door de A&F ritmemachine is gehaald.
De kledingwinkel ontstijgt op deze wijze het niveau van de plek waar je snel passende kleding aanschaft. Het is getransformeerd tot theater, dancing, visueel spektakel, tot belevenis.



Reacties