Op 15 oktober sprak professor D(oede) Keuning zijn afscheidsrede uit als hoogleraar Organisatie en Leiding van de VU in Amsterdam. De afgelopen jaren zag ik hem regelmatig door de gastcolleges die ik bij hem gaf. De titel van zijn rede was “Structuurhygiëne geboden! – over zindelijk denken en handelen in organisatiestructuren en de ‘vergeten dimensie’ in organisatieontwerp."
Voorwaar geen beknopte titel van een afscheidsrede. Maar de boodschap van de hooggeleerde was ook niet beknopt weer te geven; hij had in het bijbehorend boekwerk dat we kregen uitgereikt, 150 pagina’s nodig om zijn boodschap duidelijk te maken!
Boos over onkunde
Ik had verwacht dat de rede een terugblik was op 40 jaar doceren en onderzoek. Ik verwachte een man die met afstand, mildheid, wijsheid en overzicht naar zijn vak keek. En gezeten op zijn wolkje hierover blijmoedig met ons van gedachten zou wisselen. Maar niets was minder waar. Keuning was boos op al het gebroddel van managers en nog meer op adviseurs en pseudowetenschappers die maar wat aan rommellen bij het structureren van organisaties. Hij verwijt hen een ernstig tekort aan kennis en inzicht in het kennisgebied organisatieontwerp.
Slordigheid in stuctuurontwerp
In de rest van zijn betoog kregen de aanwezigen de oren gewassen! Zo is Keuning van mening dat managers en adviseurs erg slordig omgaan met het jargon uit de organisatiekunde omgeving. Dat leidt tot “onjuiste, respectievelijk ongefundeerde, voorstellen tot verandering van organisatie(structuren), of structuuronvolkomenheden worden met volgende structuurfouten gecompenseerd en eigenlijk zelfs verergerd.”
Waarom moet het zo streng en dogmatisch?
Ik ben het met Keuning eens dat zindelijk denken een groot goed is. Ik zie net als hij dat mensen te vaak vastlopen in slecht ontworpen structuren. Maar helaas zie ik te vaak dat mensen die structuren centraal stellen, dogmatisch en betweterig worden. Hiermee staan ze niet meer open voor de oh zo belangrijke dialoog bij het inrichten van de organisatie. En structuur discussies zijn altijd een mengeling van ratio en emotie, wat Keuning niet goed vindt, en dat maakt het gesprek niet makkelijk. Want wie wil nu aangewezen worden als een onhygiënisch denkend mens?
Structuur is vooral een afsprakenstelsel
Wat ik als centrale boodschap mee naar huis nam van zijn rede, was zijn stelling dat organisatiestructuur vooral een afsprakenstelsel is, en niet zo maar een plaatje, ‘de hark’. De essentie van het structuurontwerp van een organisatie ligt vooral in de “daaraan ten grondslag liggende afspraken – in woorden dus – over taakverdeling, onderlinge relaties, bevoegdheden en communicatie- en overlegrelaties ten behoeve van wilsoverdracht en coördinatie”.
Lof en kritiek
Toen ik Doede mijn afscheidscadeau gaf, attendeerde hij me op de kritiek die hij in het boekje had gegeven. Toen ik het opzocht in zijn boek, las ik zijn kritiek op de beoefenaren van wat hij zo mooi noemt ‘Sunday Science’ in het organisatievak. Ik heb het Doede niet gevraagd, maar ik word blijkbaar gezien als vertegenwoordiger van de soort die zich hier mee bezig houdt. Hij zei dat er lof tegenover stond (wel achterin bij de noten achterin het boek), waarin hij praktijkmensen lof toezwaait voor hun, wel onwetenschappelijk, maar toch hygiënisch denkwerk (in mijn geval voor de ontwikkeling van de ‘praktijktheorie’ over projectmanagement).
Sunday Science als broddelwerk
Met ‘Sunday Science’ doelt Keuning op die mensen die de ‘cocktailshaker-methode’ toepassen: “Men neemt vier of vijf min of meer bekende modellen, doet deze in een shaker, en maakt een nieuwe cocktail door de elementen te schudden, te laten assimileren of te splitsen of via de hoge hoed één of meerdere elementen te laten verdwijnen of toe te voegen, en ziedaar: een nieuwe variant. Ofwel …. Het nieuwe model ontstaat met bij voorkeur een nieuw, uitdagend of indrukwekkend label met daarbij de naam van de grondlegger of de bureau vermelding”.
Het kwalijke van het 7S- en ESH model
Keuning richt zijn pijlen op ondermeer het 7S model van McKinsey en het door (prof) Mathieu Weggeman, Gert Wijnen en mij hier van afgeleide ESH organisatie-beschrijvingsraamwerk. (Keuning heeft een terecht punt als hij ons terecht wijst op het niet vermelden waarom wij het 7S-model aangepast hebben, deze boodschap aanvaard ik in dank). Het lijkt me dat dit weblog (nu) niet de plaats is om een inhoudelijk debat hierover te beginnen.
Afscheid van zijn grote liefde
Aan het einde liet de strenge leermeester ook nog een andere kant van zichzelf zien. Zijn dankwoord aan het einde kon hij, overmand door emotie, niet meer uitspreken, De zaal hoorde de snik in zijn stem, zag de tranen opwellen en keek in stilte naar deze strenge man die met pijn afscheid nam van grote liefde: de universiteit en de wetenschap. Al met al was het een bijzondere bijeenkomst.


Reacties