Archon Fung publiceerde in ‘Empowered participation’ over twee grote decentralisatiebewegingen in Chicago. Eerder berichtte ik al kort over hem. Een mooie kraamkamer voor burgerschap en concrete voorbeelden van burgerparticipatie. Met de Nederlandse bezuinigingen en de ideologische wending over de verwachtingen wat nog de rol van de overheid is, een uitgelezen kans om eens goed te kijken naar de ervaringen in Chicago.
Ten aanzien van drie politie ‘Beats’ in (het achtergestelde zuiden van) Chicago werd de prioritering van activiteiten van politie verlegd op aangeven van de burgers. In dezelfde wijken kregen de burgers over drie scholen meer zeggenschap op schoolniveau.
Van command and control naar overleg.
Waar voorheen command and control-achtige ‘geïsoleerde’ bureaucratieën werkten is sinds eind 90’er jaren de burgers betrokken: politie en scholen moeten met burgers overleggen over hun prioriteiten en de samen vastgestelde prioriteiten moeten worden uitgevoerd. Het voert te ver hier de precieze condities van deze decentralisatie naar burgers te bespreken. De drie wijken in Chicago South waren allen met een hoge mate van achterstand. Een wijk was iets gemengder en meer ‘well to do’.
Archon Fung zet alle bezwaren die bij decentralisatie naar burgers op een rijtje zet en ze in de betreffende pilots ‘test’ of deze ook opgeld doen. Ik geef de antwoorden van Archon er maar meteen bij. Deze zijn:
1. Willen burgers wel tijd en andere kosten maken om actief te zijn?
Het bleek dat dit het geval was. De onderwerpen waren voor deze mensen blijkbaar van dermate groot belang dat men dat er ‘graag’ voor over heeft!
2. Kunnen burgers wel over ingewikkelde problemen overleggen en delibereren?
Dat kunnen ze, maar je moet de mensen zelf en ook de professionals met wie ze spreken wel helpen.
3. Overheersen de ‘goed gebekten’ niet de anderen te veel?
Dat gebeurt wel (uiteraard zoals in nagenoeg elk sociaal proces), maar aan de andere kant nemen mensen die nomaliter nooit mee doen, nu wel een rol.
4. Wat doen we met de grote verschillen? Kun je in slechte wijken wel goed delibereren?
Het antwoord is simpel: ja, mits je de concrete problemen wel aanpakt. Participatie in slechte wijken lukt naarmate je meer actie onderneemt op de (eerste) signalen. Daarna komen ook anderen minder urgente onderwerpen in het overleg aan de orde komen.
De conclusie van Archon Fung is dus dat in wezen geen van deze bezwaren aan de orde zijn; soms zelfs het tegendeel (betere vertegenwoordiging in ‘slechtere buurten).
Structuur beiden is belangrijkste succesfactor.
Wat wel nodig is, is dat het decentraliseren van taken naar burgers wel vergt dat de overheid en intermediaire organisaties burgers structuur bieden. Procedures, stem-regels, ondersteuning in voeren van dialoog. Met deze hulp ontstaat er een ‘vloeiende overgang’ van verweesd consumentief burgerschap waar eigenschappen van de individuen om zich als groep te organiseren nauwelijks werden uitgedaagd en beproefd, naar een situatie van zelfsturing en actief zelfregulerend burgerschap.
